“Mama kijk de maan!”
Je kleine wijsvinger wijst naar de juiste richting. De witte maan staat, deze herfstochtend, onopvallend hoog aan een prachtige blauwe hemel. Het blijft een bijzonder beeld om de maan tegen een hemelsblauwe lucht te zien. Jouw enthousiasme komt nog meer naar boven bij het zien van een vliegtuig. Je blik is naar boven gericht om het te volgen waar het naartoe gaat. “Zie je het mama, daar door de blauwe lucht. Waar is ie nou?” Ik stop even om te kijken waar die is. In een flits zie ik het vliegtuig verdwijnen achter een boom. “Ik heb hem net gezien.” Je kijkt me geïrriteerd aan, “niet”. Tegelijk wrijf je aan je jas over je arm. “Het jeukt…” Je wordt boos, waarschijnlijk omdat het niet goed lukt om te krabben. “Waar is het vliegtuig? Waar gaat ie naar toe?” vraag je wanneer we weer verder fietsen. Samen verzinnen we waar-ie naar toe kan gaan. “Misschien de Efteling?” zegt de kleine Ladybird. “of naar België?” antwoord ik haar. Ze moet lachen en zegt “Duits”. Beiden, afgeleid door de drukte in de lucht, zijn in een grappig gesprek beland. Daarnaast aan het kijken of het al mogelijk is om rechts de weg in te gaan. De afgelopen maanden zijn ze bezig aan de weg, die iedere keer op een ander punt open ligt. Het is een ontzettende troep met al die stenen en zand. Het is tijd dat de straat weer schoon en klaar is om in gebruik te nemen.
“Wat doe je!” Klinkt het plots. Komen ineens harde woorden onze kant op? De schrik zit er goed in, want lette niet goed op wat er links gebeurt. We zijn op tijd gestopt, maar de vrouw laat met haar woorden merken dat ze haar grens heeft bereikt. “Sorry mevrouw, het klopt, ik keek naar de andere kant. Sorry,” klinkt mijn geschrokken stem wat nerveus. Zou ze me gehoord hebben? De vrouw blijft tegen mij tekeer gaan. Misschien is haar emmertje vol gelopen en is dit de druppel? Geen idee, maar heb mijn excuses vriendelijk aangeboden. Haal mijn schouders op, want deze boosheid is niet van mij. Gelukkig was het niet op een botsing gekomen, niemand was gewond. Het is goed afgelopen zonder enig bloedvergieten. We fietsen door en haal mijn schouders nogmaals een keer op. Ik besluit het verder niet in me op te nemen en het bij haar te laten. Tenminste dat hoop ik. “Ladybird ben jij ok?” Ze kan het niet uitstaan dat het jeukt en beweegt haar jasje nerveus op en neer. “Jeuk is vervelend, meissie. Knijp eens een keertje in je vinger,” in de hoop dat het kan afleiden. Een vriendelijke aai over je bolletje en een warme glimlach.
“Waar is het vliegtuig nu? Naar de maan!” zegt ze met een grap.
Bij school aangekomen wordt de fiets geparkeerd in de daarvoor bestemde blauwe hekjes. “Hohohoo pas op anders vallen we.” Je bent achterop de fiets aan het schommelen, omdat je uit het stoeltje wilt. Het kost me moeite om de fiets in balans te houden. Midden in mijn buik begint het te borrelen en de gedachten schieten door mijn hoofd. “Snel, we zijn aan de late kant,” zeg ik die kleine meid bewust op milde toon. Ik wil mijn humeur niet door een vervelende situatie laten verpesten. Toch stom dat het dan ergens aan me blijft plakken en het in mijn hoofd blijft spoken. Dit is een filter, die mijn hele leven niet duidelijk is geweest. Alles komt bij me binnen, daar word ik niet blij van. Verre van zelfs. Ik zie van alles, ik voel van alles. Alles zit me op de huid en onderhuids. Zit daar al lange tijd mee, heb daar al een lange weg voor afgelegd. Dat was geen rozegeur en maneschijn. Nee, eerder schilfers van roos en zwartgalligheid. Knoop losse eindjes aan elkaar vast om duidelijkheid te krijgen, deze situatie is daar een klein onderdeel van. Door onderdrukt enthousiasme kwam een melancholische ondertoon naar boven. Door dat langere tijd op te slaan heeft depressie een kans om de overhand te nemen. Dan wordt het wazig en donker. De bittere pil die ik mag slikken, omdat het terug komt. Niet helemaal verdwijnt, alleen onopvallend als een maan overdag.
“Mama mag ik er nu uit?” Oh ja, mijn gedachten zijn afgedwaald naar mijn destructieve ‘ik’. Het kan me witheet van woede maken, omdat het me in die koude momenten niet lukt om zacht naar mezelf te kijken. Het lukt me ergens om het te relativeren, maar het blijft. “Als het kriebelt, doe je de handen in de zakken, dan jeukt het minder. Of je doet er spuug op.” Als ik je dat zeg, geef je mij een blik van afkeuring. “Bah mama, dat is echt vies! Doe mijn handen in de zakken.” in mijn hoofd gaat de tirade van onderweg door. Het liefst wil ik naar die vrouw ook even mijn gal spugen, zoals zij naar ons deed. In de hel van herhaling van gedachten verzonken over hoe de scheldwoorden van een onbekende bij me binnen komen. “Mama, mamaaa,” je staat stil. Wachtend op een reactie kom ik terug uit mijn hoofd. Een moment stilstaan om weer te landen met beide benen op de grond. Je kijkt me aan met grote blije blauwe ogen. “Mama, kijk! Er zit een snoepje in mijn jaszak.” Dat suikerbommetje vinden, is voor jou de hemel op aarde. Een dikke knuffel volgt samen met een “Je bent mijn beste vriendin, mama!”
oktober 2024
“wijs de weg vriendin, tussen hemel en aarde
bitter verbindt zoet en zuur
zie balans op milde wijze, tussen hitte en koude”
Doetip: Visualiseer de hardwerkende lever, vervang deze door een grenspost. Wat komt via de zintuigen binnen en slaan we op? Via de ogen, huid? Is er genoeg variatie voor een balans? Kijk naar kinderfoto’s van vrienden, familie, jezelf. Wat levert het op? Ontsteekt er iets of laat het koud? Wrijf koude handen warm en leg ze mild op de lever. Geef de verbindende lever de beste vriendschap onder het genot van een (surrogaat)koffie.