Vanuit het raam gaat het harde gelach van mijn collega’s. Ze staan buiten in de zon een biertje of wijntje te drinken, ‘de welbekende vrijdagmiddagborrel’. Het is een heerlijke zomerse dag en ík zit hier, in een donker hok. Mijn baas komt met zijn hoofd om de hoek en vraagt of de cijfers van die week al zijn doorgestuurd, zo niet of hij ze voor het weekend in zijn mailbox heeft. ‘Ok’, tuurlijk’ gaat het met volle overtuiging. Tuurlijk maak ik dat wel weer in orde vóór het weekend. Én híj gaat naar beneden naar de rest, om even lekker te gaan genieten. Oei, dat word doorwerken voor mij. Die lastige klant ook terug bellen over die openstaande factuur, is ook al gisteren beloofd. Komt goed, dat gaat me lukken, vóór zessen ben ik klaar. Kijk ze staan daar beneden. En die angelique dan op haar blote voeten, dartelend tussen iedereen door. Die valt wel op met haar hoogblonde lokken. Een flinke zucht om het laatste uurtje te kunnen afmaken. Al weken zijn de nachten onrustig en doe er alles aan om het niet te laten merken op kantoor. Gelukkig kan make-up en een glimlach veel verbergen. Het is natuurlijk ook een geluk dat mijn kantoortje in een ander pand is dus het meeste gaat via de mail. De angst dat ze het zullen merken, dat er iets met me zou zijn knaagt aan me. Regelmatig wordt er geluld over iemand die een burnout heeft of zus of zo. Oh ja, koppie erbij houden. Eerst die cijfers voor mijn leidinggevende, want anders komt hij volgende week weer zaniken of erger in het weekend. Fijn laptop van de zaak?! Not….. Kijk ze daar nu staan, pfff en ik zit hier wéér als laatste langer te werken. Het is bijna iedere dag hetzelfde liedje en de rest sluit om half 6 de pc. Zucht…. zes uur gaat niet lukken. Ok, koppie erbij houden. Een andere collega belt vanaf de drukte en vraagt of het eten voor de borrel al is besteld. ‘Nee, ga ik gelijk voor je regelen, dan zal het met een half uurtje hier zijn.’ Leg je dan geld klaar of vraag je een factuur?’ “neem het wel aan voor jullie, dan zien jullie het wel verschijnen?’ ‘Sure’ en roept daarna vrolijk, ‘kom je dan zo ook meeborrelen?’ Een diepe teug zuurstof komt mijn neus binnen en blijft bovenin mijn longen steken. Ik slik het weg en geef op een nette toon aan dat ik me zo snel mogelijk bij hen kom voegen. Het lìjkt of er complete controle is op dat moment. Mijn voeten voelen koud aan en mijn ademhaling blijft hoog. Zachtjes gaat een klein donker stemmetje: Wat denkt hij nou? Waarom vraagt niemand of ze ook iets kunnen doen? Neeeeee zij zitten daar lekker op het gemakje in de zon, gezellig te keuvelen… weekend te vieren… het is niet te geloven. Iedere vrijdag zit ik als laatste te werken? Sommigen zijn zelfs al naar huis… pffffff. Oh ja eerst het eten bestellen. Mijn buik is er vol van. Hopelijk gaat de bestelling niet verkeerd zoals vorige week. Niet dat het mijn schuld was maar zo voelt het wel. Ik heb die verantwoording! Mijn eetlust is verdwenen en krijg rillingen over mijn rug. Het lijkt me niet verstandig om friet mee te gaan eten. Het is beter om gezond te eten , de aardappelsalade met wortelen en bietensap ligt vanaf de lunch al in de koelkast. Misschien dat dat er in gaat. Shit, de cijfers willen niet lukken. Aaaaaah mijn irritatielevel is aan het stijgen. Het schiet gewoon niet op. De computer is traag en de cijfers kloppen niet. Waar ligt de sheet van week 42 nou? De bel gaat oh dat is het eten, is het al zo laat?! Ik ren naar beneden om open te doen en vergeet geld om de rekening te betalen. Dus ren weer snel terug naar kantoor en val daarbij over een grote plantenbak. Nee hè, shit heb ik dat weer! ‘Godslasterende scheldwoorden’ . Wanneer het allemaal geregeld is en ik naar boven mijn kantoor in loop, valt mijn lijf op de grond. Jezus wat was dat allemaal? Probeer controle te krijgen over mijn ademhaling. Overal ligt aarde op de grond van de omgevallen plant. Op de radio klinkt het nummer no woman no cry. De printer begint te ratelen en de cijfers zijn binnen. Beneden gaat er een stem ‘Cin, er heeft een klant voor je teruggebeld, die heb ik voor je afgehandeld. Zal het eten meenemen naar buiten voor het koud wordt. ‘Thanx Angelique, je bent een engel!’