Jaren voelt het alleen, alleen in mijn bedje gedoken. Niemand die benul heeft van mijn pijn op dat moment. Zinloos om het te bespreken, want niemand kan iets voor me doen. Het enige dat fijn is, is alleen…. Iemand die me zou vragen hoe het gaat is al teveel. Op de achtergrond een muziekje of hersendode televisie biedt een beetje afleiding. De pijnscheuten in mijn lijf zijn als brandende zwaarden vanuit de tenen naar boven, plots met het zwaardpuntje in mijn lies. Waar en wanneer stopt het? Weet niet meer wanneer het begint of eindigt. Met iemand praten heeft op het moment van pijn geen zin, dan voelt dat zo kwetsbaar en breekbaar. En na de pijn wil ik verder gaan, het oppakken en doorgaan. Kop in het zand en zand erover. Niet meer aan denken. De dagen dat het niet gaat met veel pijn, was ik ‘offline’. De pijn was moeilijk uit te leggen, het zat iedere keer ergens anders in mijn lichaam. De pijnsoort verandert van zeurende pijn, naar steken naar branden. Er is geen pijl op die pijn te trekken. De aandacht verleggen van de pijn. Er niet over praten want dan is het er niet, die overtuiging zat er toen zo ingebakken. Ondergaan en doorgaan! Huppakee, zo ging dat in de eerste jaren van mijn onverklaarbare klachten.
“Kom je spelen?” vraagt een stemmetje in de verte. Ver weg klinkt het nogmaals, “kom je spelen?” Van ver word ik uit mijn concentratie gehaald wanneer het puzzelen me in beslag heeft genomen. Het voelt heerlijk om in een bepaalde trance te zijn en alleen daar mee bezig te zijn. Tot het stemmetje me weer vraagt “Kom je spelen?” Lastig om uit mijn eigen wereld te komen wanneer dat zo fijn aanvoelt. De concentratiebubbel waar niemand anders in komt. “Mag ik meespelen?” nu klinkt de stem veel dichterbij. “Ik ben aan het puzzelen, is dat handig met zijn tweeën?” vraag ik me zachtjes af. “Mag ik meekijken, vind je dat ok?” Achter me zit een gedaante mee te kijken naar de puzzel. Alle puzzelstukjes liggen door de war op de tafel. “Kan ik iets doen of je ergens mee helpen? Hoe pak je dit aan?” De irritatie komt boven want het is niet fijn om uit mijn bubbel gehaald te worden. Een flinke zucht volgt en zie dan hoe een hand een puzzelstukje pakt en zegt, “yes deze is goed.” De ander is blij en laat dat duidelijk merken. “Ik ga de puzzelstukjes verder omdraaien, dat scheelt je wat werk ok?” Instemmend knik ik op de vriendelijke vraag en we gaan zachtjes verder met de puzzel. Hoewel het onder mijn huid kruipt dat iemand aan die stukjes zit. Met een half oog houd ik in de gaten wat die ander doet en zit maar half in mijn bubbel. Een donkere schim komt onze kant op en gaat zich bemoeien met mijn puzzel. “Hmmm zit ik hierop te wachten?” vraag ik mezelf geïrriteerd af. Met mijn handen onder mijn kin, zuchtend de situatie aan de kant leggen. De twee zijn druk bezig met de puzzelstukjes, terwijl bij mij de vermoeidheid toeslaat. Stoppen gaat nu niet, want het is mijn puzzel. Straks is ie af en dan ben ik er niet bij….. Misschien hebben ze mij nodig om het tot een goed einde te brengen? Zij weten toch niet mijn manier van werken en mijn tempo. Een diepe zucht volgt………………… “Ben je moe wil je even stoppen met puzzelen?” vraagt mijn HSP. En depressie zegt “Oh ok dan, wij gaan iets anders doen of niks. Heb nergens zin in, wil chill niks.” Zullen we wachten tot we uitgerust zijn, gaan we daarna weer verder.” Zegt HSP. “Ik doe het licht uit,” zegt depressie. Wat fijn dat depressie en hooggevoeligheid, de Lyme klachten zo goed aan voelen. Dat zij mij tot rust hebben gedwongen naar een andere leefstijl.
Het vreemde van dit ziektebeeld is dat er dagen bij zijn dat het ok gaat, en dan komt het plots weer terug. Het is in de tijd voor de “diagnose” Lyme klachten… en het lijkt in eerste instantie iedere keer opnieuw de griep. Daarnaast gaat het niet goed met me en komen depressieve klachten bovenop de fysieke klachten. Een neerwaartse spiraal, die alles meetrekt wat er op mijn pad komt. Voor artsen, omgeving en mezelf een raadsel. Het ziet er naar uit dat het op zichzelf staande zaken zijn, maar de tijd wijst uit dat het allemaal met elkaar verbonden is. Alle klachten en alle pijntjes, mijn gevoeligheid, mijn karakter, mijn fysiek en depressie, leefstijl. Zijn in eerste instantie vijanden van elkaar, toch zal dit alles samen een oplossing kunnen zijn naar vermindering van mijn klachten. Wanneer het geen vijanden meer zijn van elkaar. Wat als ik ze niet meer los zie van elkaar? Ze niet tegenover elkaar staan, maar naast elkaar. Dat ze zowel vijanden als vrienden kunnen zijn van elkaar. In een mooie tijd zelfs elkaar kunnen helpen. Met al die ‘vrienden’ naast me voelt het minder een strijd, voelt het minder ‘alleen’ zijn.
november 2022